
Eens in de zoveel tijd blikt een bestuurslid terug op wat we allemaal hebben beleefd.
Deze keer is het de eer aan de onderwijscommissaris van het XXXIIste bestuur: Noa Heeren.
Op de precieze dag dat ik begin aan het schrijven van dit bestuursblog, verzond ik een jaar geleden met trillende handjes mijn CV en sollicitatiebrief voor bestuur XXXII. Aan de ene kant kan ik niet geloven dat dat al een jaar geleden is. Ik herinner me de warmte en gezellige drukte van mijn KB-periode nog als de dag van gisteren. Het flunkyballen na de KB-bekendmakingsborrel, de wekelijkse vergaderingen met negen man sterk op de Awaka én de wekelijkse KB-vergaderingen, waarin we vol enthousiasme aan onze plannen voor komend jaar werkten, het shoppen van ons bestuurspak, onze eerste activiteit als KB… en zo kan ik nog wel even doorgaan. Aan de andere kant voelt die periode ook ver weg. Ik zou niet willen zeggen dat ik een ander persoon ben geworden; daarvoor heb ik te veel afkeer van grote veranderingen. Maar de afgelopen maanden heb ik zoveel gedaan, geleerd en meegemaakt, dat ik wel kan stellen dat ik me heb ontwikkeld. Niet alleen als bestuurder, maar ook gewoon als Noa. Want een bestuursjaar is een ervaring voor het leven.
Ik loop alweer op de zaken vooruit, want we moeten bij het begin beginnen. Voordat de sollicitatie mijn leven veranderde, in een stroomversnelling die een bestuursjaar heet, was ik eigenlijk helemaal niet actief bij Awater (oeps). Aan het begin van mijn eerste jaar werd ik wel lid, maar zeker niet met het idee een grote rol te gaan vervullen binnen de vereniging. Ik was niet op introkamp geweest en had daardoor de memo rondom de commissies een beetje gemist. Toen de inschrijvingen open gingen, heb ik nog wel lang getwijfeld om me in te schrijven, maar er uiteindelijk toch vanaf gezien. Ik vond dat ik het al te druk had met mijn studie, reizen, werken en sporten, en wilde eerst mijn studie even aankijken. Die commissies komen volgend jaar wel, dacht ik. Achteraf gezien had ik daar erg veel spijt van, omdat ik zag hoe leuk mijn jaargenootjes het hadden in hun commissies. In die periode bezocht ik ook maar weinig activiteiten, maar toen de aanmeldingen voor de buitenlandse reis openden, besloot ik toch om me in te schrijven: beter geprobeerd en niet leuk, dan niet geprobeerd en later spijt. Dat had ik wel geleerd van de commissie-inschrijvingen.
Daar zat ik dan, in Bratislava, omringd door heel veel Awateraars die ik toen nog niet kende, maar stuk voor stuk geweldig lieve mensen. Ik heb op die reis denk ik wel honderd keer de vraag gekregen: ‘Is een bestuursjaar niks voor jou?’, en elke keer zei ik weer: ‘Nee joh, ik ga volgend jaar eerst een commissie doen.’ Maar naarmate de reis vorderde, kreeg ik toch de bestuurskriebels. Ik ervaarde de hechte groep die Awateraars vormen en hoe gezellig onze mooie vereniging is. Het leek me geweldig om daaraan bij te kunnen dragen (die verwachting was terecht) en vol overgave in het Awater te springen. Dit is dan ook de goede plek om bestuur XXXI te bedanken voor het onvermoeide lobbyen en promoten; in het bijzonder Emma de Pee en Ienas. Ik zal onze nachtelijke bestuursinfosessie in de trein terug naar Amsterdam nooit vergeten.
Fast forward naar ruim twee maanden later: ik loop naar voren in de Senaatszaal en krijg de penning van Ienas om mijn nek gehangen. Ik ga naast Maud zitten en dan is het officieel: bestuur XXXII der studievereniging Awater is een feit! Vanaf dat moment begon de gekte pas echt. Ik mocht gelijk aan de bak met het regelen van de Facultaire Introductiedagen, waarvoor ik speciaal mijn laptop mee had genomen op vakantie en vanaf de zwembadrand mailtjes stuurde aan de Domtoren en cateringbedrijven. Na hard zweten en puzzelen liep de zomervakantie ten einde, en kon mijn bestuursjaar echt beginnen.
Ik dacht dat ik me mentaal best goed had voorbereid, maar voor zo’n jaar kan je nooit helemaal klaar zijn. De eerste periode was onwijs druk en alles was nieuw, maar daardoor had ik, zo leek het tenminste, oneindig veel energie. Toen de nieuwigheid er een beetje vanaf was, belandde ik in een beter ritme van geweldige activiteiten bijwonen, chillen op de Awaka, bestuurstaken doen en tussendoor ook nog ergens colleges volgen en voorbereiden. Zo’n volle agenda kan soms best zwaar zijn, maar alle leuke dingen die je doet en meemaakt, maken dat het meer dan waard. Een paar hoogtepunten voor mij zijn natuurlijk de activiteiten met alle Awateraars, in het bijzonder het introkamp, het bezoek aan het Meertens Instituut, de kroegentocht en de buitenlandse reis. Daarnaast vond ik het super leuk om de Facultaire Introductiedagen te organiseren en bij te wonen, studiekiezers te belagen op de Open Dagen, te strijden voor de Docentenprijs (en daarvoor beloond te worden) en alle ins en outs van onze studie te ontdekken.
Zo’n bestuursjaar is niet alleen heel gezellig, maar ook leerzaam. Concreet zou ik kunnen zeggen dat ik geleerd heb om mailtjes te sturen en boekenlijsten op te stellen, maar dat klinkt een beetje saai. Daarom volgt hier een opsomming van andere lessen uit mijn afgelopen jaar. Bijvoorbeeld samenwerken, met allerlei verschillende soorten mensen. Hierin ontdekte ik wat mijn sterke punten zijn en hoe ik die effectief in kan zetten. Maar ik kwam ook mezelf tegen: dingen die ik minder goed kan en waar ik nog in kan groeien. Gerelateerd hieraan heb ik ook geleerd hoe om te gaan met tegenslagen. Wanneer iets niet gaat zoals je had bedacht, is dat natuurlijk vervelend, maar het leert je ook wat je een volgende keer anders kan doen of dat je het los moet laten, omdat het niet in jouw macht ligt. Bovendien daagt een bestuursjaar je uit om uit je comfortzone te stappen, en jezelf te dwingen om dingen te doen waar je tegenop ziet. Ik raad je aan om het eens te proberen; het zal je verrassen hoe leuk dat vaak is. En ook als het niet goed uitpakt, heb je het toch maar geprobeerd!
Er zijn heel veel dingen die een bestuursjaar geweldig maken, maar je bestuursgenoten staan dan toch zeker wel op één. Ik kende Donna, Maud en Fien nauwelijks toen ik aan dit avontuur begon, maar als je volledige dagen in elkaars nabijheid doorbrengt, komt daar snel verandering in. Je bestuursgenoten zijn mensen die precies weten wat je doormaakt en hoe je je voelt, waar je serieuze en moeilijke dingen mee kan bespreken, maar ook veel lol mee kan maken en heel hard mee kan lachen. Die de drukke en soms stressvolle weken dragelijk maken en die je altijd steunen. Lieve Donna, Maud en Fien, mijn kikkers, mijn superbestuur: ik ben super trots op jullie en alles wat we dit jaar al hebben bereikt. Ondanks dat ons avontuur er bijna op zit, staan er gelukkig nog een hoop leuke activiteiten op de planning, zoals het Weekendje Weg, het klassieke Awaterdictee en het Voetbaltoernooi der Neerlandici. Ik heb ontzettend veel zin om dit jaar knallend met jullie, en alle Awateraars, af te sluiten!
Liefs,
Noa
Jullie oco